Koester het nutteloze, kies de omweg, verspil tijd
We zijn op persoonlijk en maatschappelijk vlak doordrongen van het militaire denken, schrijft Helena Cazaerck in haar column. Het lijkt alsof we steeds minder om kunnen met de poëzie van het leven.

Verhalentijd
“Oma zegt dat de tijd is als een boom die de wacht houdt, met onzichtbare ringen in zijn stam, terwijl de takken zich uitstrekken in de oneindige lucht, nooit volmaakt recht, nooit lineair. Binnen het bestek van één zin kan een verhalenverteller eeuwen achteruit en vooruit in de tijd springen, alsof een millennium in een oogwenk kan verstrijken. Maar vervolgens kan het uren duren om één bepaalde gebeurtenis te beschrijven, en duurt elke minuut heel lang, een eeuwigheid.
‘Vergeet dat niet, mijn hart. Verhalentijd is anders dan de kloktijd.’
De kloktijd komt weliswaar heel punctueel over, maar is verwrongen en misleidend, en verstrijkt met de illusie dat alles altijd maar voorwaarts beweegt, en de toekomst dus altijd beter zal zijn dan het verleden. De verhalentijd begrijpt de kwetsbaarheid van vrede, de gevoeligheid van omstandigheden, de gevaren die ’s nachts op de loer liggen, maar waardeert ook kleine vriendelijkheden. Daarom leven minderheden niet in de kloktijd.
Zij leven in de verhalentijd.”
(uit Elif Shafak: Er stromen rivieren in de lucht)

Circulaire tijdsbeleving — “Ik vind tijd uitermate fascinerend. Neem de Trobrianders, een volk uit Papoea-Nieuw-Guinea. Als zij bepaalde vruchten eten, geven ze die op dag één een andere naam dan op dag twee, alsof het om een heel ander ding gaat. Enerzijds vind ik het moeilijk om me dat voor te stellen. Anderzijds ben ik ook niet dezelfde persoon als enkele jaren geleden, en voel ik me zelfs niet helemaal verantwoordelijk voor wat die persoon toen deed. Die maakte keuzes die ik nu niet meer zou maken, en dat is oké: op een gegeven moment is het allemaal zo ver weg dat het zijn relevantie gaat verliezen, dat er geen sprake meer is van dezelfde ik.”
“Ook vanuit natuurkundig perspectief vind ik tijd interessant. Als je op microniveau kijkt, gaat tijd de ene noch de andere kant op, is er geen verschil tussen vooruit en achteruit. Op macroniveau gek genoeg wel. Dan zitten we bij de wet van de toename van chaos. Is dat dan wat tijd is? Is de ‘pijl’ van de tijd eigenlijk alleen iets wat wij ervaren? Zouden we het anders ervaren als de chaos afnam?” — schrijver Richard Osinga in DSL, 27 januari 2024

Neem voldoende slentertijd
Ga de natuur in en kijk, ruik, voel. Doe één ding per keer, maar met volle aandacht. Ga al eens liggen en doe even niks. Vertraag. Het is de levensles met de meeste kleuren en vormen. De te hoge­ snelheid van de maatschappij is vaak de aanleiding. Maar ook creativiteit heeft nood aan stilte en traagheid. Pas als ze tijd krijgt, komt ze los. Auteur Elvis­ Peeters roemt daarom de kunst van het lanterfanten, en ook regisseur Dorothée van den Berghe zegt het prachtig: ‘Gun jezelf voldoende slentertijd.’
(Ines Minten blikt terug op tien jaar rubriek ‘De vijf levenslessen’. Slentertijd is levensles 6)

De ongeduldige samenleving
Socioloog Walter Weyns vraagt zich af waarom we het zo moeilijk vinden om te wachten. Aanleiding is het gemor over de vaccinatiecampagne tegen het Covid-19 virus die veel te traag op gang zou komen. Weyns kadert die ontevredenheid breder en schreef voor De Standaard een kleine fenomenologie van het ongeduld in onze samenleving.

“Een samenleving die, zoals de moderne samenleving, de wereld opvat als een verzameling middelen die dienen om problemen op te lossen en zo veel mogelijk levensdoelen te bereiken, fixeert haar leden op beheersing, monitoring, efficiëntie en management. Zij kweekt het onvermogen tot geduld aan. (…) Een moderne mens kent geen rust. Hij kan niet wachten, laat niets zomaar gebeuren, hij verwijlt of lummelt niet, kan zich niet vervelen, heeft geen aandacht voor wat zich ongepland en onvoorzien aan hem voordoet, en is niet in staat tot de kunst van het nietsdoen. Zelfs als hij op vakantie gaat, wil hij er ‘zo veel mogelijk uithalen’, en slapen is voor hem de batterijen opladen, een ‘powernap’. De moderne samenleving herdefinieert een mens beurtelings tot producent en consument – en in beide hoedanig­heden wordt hij geacht geen tijd te verliezen, er alles uit te halen. Wachten, schreef de Franse antropoloog Pierre Sansot in zijn mooie boekje Lof der traagheid, wordt in zo’n geval gereduceerd ‘tot de leverings­termijn, de optelling van de middelen die we zullen moeten gebruiken’. Hollend van de ene deadline naar de andere, is wachten alleen tijdverlies. Dat veroorzaakt rusteloosheid, aandachtsproblemen, ongenoegen, ressentiment, maar ook: zinverlies. Wie kan nog de geheimzinnige, onuitgesproken belofte horen die besloten is in wachten, in verwachting? In onze geaccelereerde, vermoeide, ongeduldige samenleving hebben we met ons geduld ook een geestelijk zintuig verloren.
De ongeduldige samenleving

Geduld is geen schone deugd meer
Een website moet snel laden, of we klikken weg. En dat pakje dat we bestelden, dat had hier gisteren al moeten zijn. Veerle Vanden Bosch vraagt zich in De Standaard af of we door het digitale tijdperk allergisch zijn geworden voor wachten? (pdf)

Over ‘tussentijden’ en het fenomeen van de ‘dorveille’
Sopraan Lieselot De Wilde, een van de meest geprezen stemmen van de Belgische oudemuziekscene, in De Standaard over de nieuwe plaat van Bel Ayre, waarop muzikale hokjes gracieus aan diggelen gaan.

Met Bel Ayre bouw je bruggen ­tussen oude muziek, folk en jazz. Zo ook op ‘Entre-temps’: een ­conceptplaat over ‘tussentijden’ en het fenomeen van de ‘dorveille’. Vanwaar dat idee?
Lieselot De Wilde: ‘Het is ontstaan toen ik me zelf in zo’n tussentijd bevond, het gevoel had me op een kantelpunt in mijn leven te bevinden. Alsof er een enorme open vlakte voor me lag, met paden in alle richtingen. De dorveille, een wakkere periode tijdens de nacht, is een mooie metafoor voor dat emotionele vacuüm. Die vertaalden we naar een nachtlandschap met dronkaards, minnaars en dwalende dichters. Een kruising van Bruegel met Chagall: alledaagse tableaus in een droomachtige sequentie. Die gelaagdheid hielp Peter en mij om vanuit onze verschillende muzikale achtergronden aan eenzelfde verhaal te werken.’

Heerlijke afstandelijke wereld
Geen smalltalk meer, geen netwerkevents, geen feestjes. Gert Goeminne merkt in De Standaard op dat de wereld zich eindelijk naar introverten zoals hij schikt. — “Er zijn genoeg redenen om te hopen dat de wereld na deze crisis niet meer dezelfde zal zijn. Dat onze opwarmende consumptiemaatschappij niet de beste van alle mogelijke werelden is, weten we onderhand. En vandaag blijkt ook nog eens dat het wel degelijk anders kan. Niet dat het zaligmakend is, maar in geen tijd werd de onstuitbaar geachte tanker van de geglobaliseerde economie tot bedaren gebracht. En leiden we een leven dat tot voor een paar weken nog als ondenkbaar zou zijn weggezet. (…) Maar willen we echt dat de wereld er anders zal uitzien, dan blijven we misschien best nog even in de touwen hangen. En doen we er goed aan om deze crisis behoedzaam van alle mogelijke kanten te bekijken, te doorleven vooral. Van welke activiteiten zijn we maar al te blij verlost te zijn? Welke oude gewoontes missen we? Welke nieuwe gewoontes willen we graag voortzetten? Misschien kan de leegte ons helpen om de blik naar binnen te keren en de afweging te maken van wat we wel en niet willen behouden uit de oude wereld? Want de leegte, weet de introvert, is de ruimte waarin je mag twijfelen.” (pdf)

De eindeloze flow van verglijdende uren
Een gigantische tijdspuzzel. ‘The clock’ van Christian Marclay synchro­niseert in duizenden fragmenten de filmtijd met de reële tijd. Wat de magistrale video-installatie toont: de eindeloze flow van verglijdende uren, maar ook onze obsessie ermee.
NRC: “Eigenlijk is Marclay’s idee simpel. Uit duizenden speelfilms haalde hij de scènes waarin een klok in beeld verschijnt. Dat kan het moment zijn dat iemand op zijn horloge kijkt, maar ook de tikkende klok bij een tijdbom of een stationsklok op de achtergrond. Al die klokscènes monteerde hij achter elkaar, maar dan zo dat al die fragmenten gezamenlijk een nieuwe klok vormen, die ook nog eens de werkelijke tijd aangeeft – de volle 24 uur. Dus toen we om vijf over twee White Cube binnenliepen stond de schermklok ook op vijf over twee.” (…) “Het was een kleine sensatie: langzaam was het alsof de tijd tastbaar werd, zich uitstrekte over al die filmlocaties, alsof onze eigen tijd een kamer werd met tientallen vergezichten. Wat nog werd versterkt doordat Marclay, bijna pesterig, vaak juist die scènes had uitgekozen waarin de hoofdrolspelers over tijd filosofeerden. Je vergat de ‘echte’ tijd – pas na ruim een uur kijken en verbazen beseften we dat we verder moesten. Maar we waren met liefde in Marclay’s tijdscapsule achtergebleven.”
De Standaard: Een gigantische tijdspuzzel