Hoe kunnen we ons verzetten tegen de gangbare scripts met betrekking tot leeftijd? Aan de hand van dekolonionale, afrofuturistische, crip en queer denkbeelden en persoonlijke ervaringen verkent Simon(e) van Saarloos in haar boek Against Ageism hoe uit de toon vallen nieuwe mogelijkheden kan bieden. Wat als we de categorie leeftijd afschaffen en de lineaire tijd openbreken? (…) Van Saarloos stelt dat leeftijdsdiscriminatie niet beperkt blijft tot ouderen, maar een vorm van ongelijkheid is die iedereen raakt. Vanaf de geboorte wordt leeftijd als een meetlat naast ons leven gelegd, met mijlpalen die we op het juiste moment moeten bereiken. Voor wie zich keurig aan de tijdlijn houdt, is elke levensfase een stap in de richting van meer verantwoordelijkheid, financiële stabiliteit en welvaart. (…) Simon(e) van Saarloos stelt de categorie leeftijd ter discussie en ontmaskert de onderliggende systemen van onderdrukking. Om leeftijd te ontmantelen, moeten we volgens hen breken met normatieve opvattingen over lineaire tijd, die vaak verweven zijn met ongelijkheid op basis van gender, beperking, klasse en ras. Een rode draad in hun denken is dat tijd niet universeel is en gelijk toegankelijk voor iedereen.
— Sara De Vuyst sprak voor Recto Verso met Simon(e) van Saarloos (pdf)
Tag: tussentijd
Koester het nutteloze, kies de omweg, verspil tijd
We zijn op persoonlijk en maatschappelijk vlak doordrongen van het militaire denken, schrijft Helena Cazaerck in haar column. Het lijkt alsof we steeds minder om kunnen met de poëzie van het leven.
Google stuurt je herinneringen, maar vergeten is even belangrijk. – Technologie heeft onze manier van herinneren beïnvloed, merkt Christiaan Weijts. Moeten we alle ‘bezoeken en routes’ van Google Tijdlijn wel bewaren? – essay in De Standaard (pdf)
“De moderne homo phonus (…) heeft zijn geheugen veruitwendigd. Zoals insecten een exoskelet hebben, zo beschikt homo phonus over een exogeheugen in simkaarten, harddisk en datacentra. De objectieve feiten van zijn leven (‘Bezoeken en routes’ dekt dat gedoe verrassend adequaat) staan er gerangschikt in een rotsvaste chronologie. Af en toe slingert een algoritme er een willekeurig flard van in je gezicht. “Herinner je je deze dag nog?”, “throwbackvideo”, “op deze dag”, “revisit the moment”: het herinneren, voorheen een grillig proces van innerlijke associaties, schuift op naar iets externs: het openen van bestanden. Nog even en het algoritme heeft de rol overgenomen van wat Marcel Proust la mémoire involontaire noemde, het onvrijwillige geheugen, waarbij de smaak van een madeleine een complete episode uit het verleden kan laten bovendrijven.” – Christiaan Weijts
Verhalentijd
“Oma zegt dat de tijd is als een boom die de wacht houdt, met onzichtbare ringen in zijn stam, terwijl de takken zich uitstrekken in de oneindige lucht, nooit volmaakt recht, nooit lineair. Binnen het bestek van één zin kan een verhalenverteller eeuwen achteruit en vooruit in de tijd springen, alsof een millennium in een oogwenk kan verstrijken. Maar vervolgens kan het uren duren om één bepaalde gebeurtenis te beschrijven, en duurt elke minuut heel lang, een eeuwigheid.
‘Vergeet dat niet, mijn hart. Verhalentijd is anders dan de kloktijd.’
De kloktijd komt weliswaar heel punctueel over, maar is verwrongen en misleidend, en verstrijkt met de illusie dat alles altijd maar voorwaarts beweegt, en de toekomst dus altijd beter zal zijn dan het verleden. De verhalentijd begrijpt de kwetsbaarheid van vrede, de gevoeligheid van omstandigheden, de gevaren die ’s nachts op de loer liggen, maar waardeert ook kleine vriendelijkheden. Daarom leven minderheden niet in de kloktijd.
Zij leven in de verhalentijd.”
(uit Elif Shafak: Er stromen rivieren in de lucht)
Circulaire tijdsbeleving — “Ik vind tijd uitermate fascinerend. Neem de Trobrianders, een volk uit Papoea-Nieuw-Guinea. Als zij bepaalde vruchten eten, geven ze die op dag één een andere naam dan op dag twee, alsof het om een heel ander ding gaat. Enerzijds vind ik het moeilijk om me dat voor te stellen. Anderzijds ben ik ook niet dezelfde persoon als enkele jaren geleden, en voel ik me zelfs niet helemaal verantwoordelijk voor wat die persoon toen deed. Die maakte keuzes die ik nu niet meer zou maken, en dat is oké: op een gegeven moment is het allemaal zo ver weg dat het zijn relevantie gaat verliezen, dat er geen sprake meer is van dezelfde ik.”
“Ook vanuit natuurkundig perspectief vind ik tijd interessant. Als je op microniveau kijkt, gaat tijd de ene noch de andere kant op, is er geen verschil tussen vooruit en achteruit. Op macroniveau gek genoeg wel. Dan zitten we bij de wet van de toename van chaos. Is dat dan wat tijd is? Is de ‘pijl’ van de tijd eigenlijk alleen iets wat wij ervaren? Zouden we het anders ervaren als de chaos afnam?” — schrijver Richard Osinga in DSL, 27 januari 2024
Neem voldoende slentertijd
Ga de natuur in en kijk, ruik, voel. Doe één ding per keer, maar met volle aandacht. Ga al eens liggen en doe even niks. Vertraag. Het is de levensles met de meeste kleuren en vormen. De te hoge snelheid van de maatschappij is vaak de aanleiding. Maar ook creativiteit heeft nood aan stilte en traagheid. Pas als ze tijd krijgt, komt ze los. Auteur Elvis Peeters roemt daarom de kunst van het lanterfanten, en ook regisseur Dorothée van den Berghe zegt het prachtig: ‘Gun jezelf voldoende slentertijd.’
(Ines Minten blikt terug op tien jaar rubriek ‘De vijf levenslessen’. Slentertijd is levensles 6)
De ongeduldige samenleving
Socioloog Walter Weyns vraagt zich af waarom we het zo moeilijk vinden om te wachten. Aanleiding is het gemor over de vaccinatiecampagne tegen het Covid-19 virus die veel te traag op gang zou komen. Weyns kadert die ontevredenheid breder en schreef voor De Standaard een kleine fenomenologie van het ongeduld in onze samenleving.
“Een samenleving die, zoals de moderne samenleving, de wereld opvat als een verzameling middelen die dienen om problemen op te lossen en zo veel mogelijk levensdoelen te bereiken, fixeert haar leden op beheersing, monitoring, efficiëntie en management. Zij kweekt het onvermogen tot geduld aan. (…) Een moderne mens kent geen rust. Hij kan niet wachten, laat niets zomaar gebeuren, hij verwijlt of lummelt niet, kan zich niet vervelen, heeft geen aandacht voor wat zich ongepland en onvoorzien aan hem voordoet, en is niet in staat tot de kunst van het nietsdoen. Zelfs als hij op vakantie gaat, wil hij er ‘zo veel mogelijk uithalen’, en slapen is voor hem de batterijen opladen, een ‘powernap’. De moderne samenleving herdefinieert een mens beurtelings tot producent en consument – en in beide hoedanigheden wordt hij geacht geen tijd te verliezen, er alles uit te halen. Wachten, schreef de Franse antropoloog Pierre Sansot in zijn mooie boekje Lof der traagheid, wordt in zo’n geval gereduceerd ‘tot de leveringstermijn, de optelling van de middelen die we zullen moeten gebruiken’. Hollend van de ene deadline naar de andere, is wachten alleen tijdverlies. Dat veroorzaakt rusteloosheid, aandachtsproblemen, ongenoegen, ressentiment, maar ook: zinverlies. Wie kan nog de geheimzinnige, onuitgesproken belofte horen die besloten is in wachten, in verwachting? In onze geaccelereerde, vermoeide, ongeduldige samenleving hebben we met ons geduld ook een geestelijk zintuig verloren.
De ongeduldige samenleving
Geduld is geen schone deugd meer
Een website moet snel laden, of we klikken weg. En dat pakje dat we bestelden, dat had hier gisteren al moeten zijn. Veerle Vanden Bosch vraagt zich in De Standaard af of we door het digitale tijdperk allergisch zijn geworden voor wachten? (pdf)
Over ‘tussentijden’ en het fenomeen van de ‘dorveille’
Sopraan Lieselot De Wilde, een van de meest geprezen stemmen van de Belgische oudemuziekscene, in De Standaard over de nieuwe plaat van Bel Ayre, waarop muzikale hokjes gracieus aan diggelen gaan.
Met Bel Ayre bouw je bruggen tussen oude muziek, folk en jazz. Zo ook op ‘Entre-temps’: een conceptplaat over ‘tussentijden’ en het fenomeen van de ‘dorveille’. Vanwaar dat idee?
Lieselot De Wilde: ‘Het is ontstaan toen ik me zelf in zo’n tussentijd bevond, het gevoel had me op een kantelpunt in mijn leven te bevinden. Alsof er een enorme open vlakte voor me lag, met paden in alle richtingen. De dorveille, een wakkere periode tijdens de nacht, is een mooie metafoor voor dat emotionele vacuüm. Die vertaalden we naar een nachtlandschap met dronkaards, minnaars en dwalende dichters. Een kruising van Bruegel met Chagall: alledaagse tableaus in een droomachtige sequentie. Die gelaagdheid hielp Peter en mij om vanuit onze verschillende muzikale achtergronden aan eenzelfde verhaal te werken.’